/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pitfruit44.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/kleinfruit.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pluimvee82.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pluimvee42.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/herkauwers.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/groenten1.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/akkerbouw69.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pitfruit24.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/akkerbouw99.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/groenten92.jpg

BIO-INCROP werkt aan gezonde fruitbodems

Het COREOrganic-project ‘BIO-INCROP’ zoekt naar nieuwe managementtechnieken voor biologische fruitboomgaarden. Het onderzoek focust op fruitproductie in gematigde zones, met appel als case, en op mediterrane zones, met citrusvruchten als case. De onderzoeksstrategie is gebaseerd op micro-organismen die deel uitmaken van de bodemweerbaarheid en de biologische bodemvruchtbaarheid. De onderzoeksacties richten zich op de exploitatie van zowel biologische hulpbronnen eigen aan het bodemsysteem als van natuurlijke hulpbronnen van buiten de boomgaarden.

Achtergrond
De EU-27 trend voor fruitproductie is gedaald van 70 tot 60 miljoen ton gedurende de periode van 2000 tot 2009. Er zijn verscheidene oorzaken voor deze opbrengstdaling, maar de belangrijkste reden is de achteruitgang van de bodemgezondheid door de ecofunctionele intensificatie van landbouwgebieden gespecialiseerd in fruitproductie. Door een te enge gewasrotatie krijgen de bodems te kampen met herinplantproblemen. Deze herinplantziekte, veroorzaakt door een serie van bodempathogenen (schimmels, bacteriën, aaltjes en/of toxines), is de belangrijkste biotische component van de achteruitgang van onze fruitproductie. Microbiële diversiteit, naast microbiële biomassa, is de belangrijkste factor van bodemweerbaarheid (= het natuurlijk vermogen van de bodem om bodempathogenen onder controle te houden).

BIO-INCROP
Het Europese project BIO-INCROP verenigt 8 partners uit 6 verschillende landen en is gestart op 1 januari 2012. Binnen het project wordt gezocht naar biologische indicatoren voor herinplantziekte bij appel. Daarnaast worden natuurlijk beschikbare hulpbronnen geselecteerd die de microbiële diversiteit en biomassa kunnen verhogen. Naast compost en andere organische toevoegingen wordt ook gekeken naar de invloed van groenbemesters en wilde planten die geselecteerd zijn op basis van hun plant/micro-organismeninteracties. In veldexperimenten worden managementstrategieën uitgetest om herinplantproblemen onder controle te houden. De Spaanse partner (IVIA) voert onderzoek naar bodemvruchtbaarheid en plantgezondheid bij citrusboomgaarden. De Duitse (DLR), Oostenrijkse (HAID) en Italiaanse (LRC) partners focussen op bodemmanagement en behandelingen vóór planten, die herinplantproblemen bij appel moeten minimaliseren.

In 2012 gebeurde de validatie van de biotische component van herinplantziekte in de Europese appelboomgaarden en werden de ziekten en plagen geïdentificeerd die aan de basis liggen van herinplantziekte bij appel.

Image

Foto: De biotische component van herinplantziekte bij appel werd bevestigd met bioassay-tests op bodemstalen van Duitse, Oostenrijkse en Italiaanse boomgaarden.

Een andere tak van het onderzoek hield in om via potproeven mogelijke biologische supplementen en bio-formulaten te testen op hun vermogen om de bodemweerbaarheid te verhogen en herinplantziekte tegen te gaan. Deze supplementen werden geselecteerd door de biologische sector.

Image

Foto: potproeven

Het project loopt nog tot 31 december 2014. Een algemene presentatie over het project kan u hier terugvinden: http://orgprints.org/20083/1/COII_BIO-INCROP_Luisa_Manici.pdf

Herinplantproblematiek in Vlaanderen
Ook in Vlaanderen worden de problemen met bodemmoeheid en herinplant reeds een aantal jaren opgevolgd door pcfruit. Het CCBT-project ‘Aanpak van herinplantproblemen bij een nieuwe aanplant binnen de biologische fruitteelt’ loopt af op 31 december en vanaf februari is het eindverslag beschikbaar.

COREOrganic II ERAnet is een vervolgproject op COREOrganic en loopt binnen de financiering van het 7de kaderprogramma van de Europese Commissie. ERAnet is een Europees transnationaal samenwerkingsproject gesteund door de Europese commissie. In de loop van dit driejarig project wisselen partners uit 21 Europese landen ervaringen uit rond de organisatie en coördinatie van onderzoek voor de biolandbouw. Daarnaast worden nationale budgetten samengebracht voor de organisatie van een oproep voor bio-onderzoek over grenzen heen. Hierbij mikken de partners op een efficiënter gebruik van de beschikbare financiële middelen voor onderzoek voor de biologische landbouw op nationaal en Europees niveau. Bij de bepaling van prioritaire onderzoeksvragen gaat er vooral aandacht uit naar het betrekken van nationale en transnationale actoren uit de biologische landbouw- en voedingsector. Het Departement Landbouw en Visserij en het ILVO zijn partners voor Vlaanderen. Ook Vlaamse onderzoekers participeren in de COREOrganic II-onderzoeksprojecten: BICOPOLL, HealthyHens, TILMAN-ORG, COBRA

Bronnen:
http://www.coreorganic2.org/
http://www.bio-incrop.org/structure/home.html
http://www.coreorganic2.org/Upload/CoreOrganic2/Document/k1_bioincrop3.pdf

Contactpersoon: Coordinator: Senior Scientist Luisa Maria Manici, Agricultural Research Council, Italy
E-mail: luisamaria.manici@entecra.it

pitfruit