/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pitfruit44.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/kleinfruit.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pluimvee82.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pluimvee42.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/herkauwers.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/groenten1.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/akkerbouw69.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pitfruit24.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/akkerbouw99.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/groenten92.jpg

Groenbedekkermengsels: een meerwaarde?

Pauline Deltour (Inagro)

Augustus is naast de oogstmaand ook de groenbedekkermaand.  In dit bericht geven we kort enkele tips over het werken met groenbedekkermengsels.

Groenbedekkers: manusjes van alles

Groenbedekkers worden ingezaaid omwille van verschillende redenen: het onderdrukken van onkruid, het capteren van minerale N, het aanleveren van minerale N voor de volgteelt, verbeteren van de bodemstructuur, het gebruik als veevoeder, het aantrekken van nuttige insecten, erosie beperken…. Door soorten te combineren kunnen verschillende van deze functies samen komen in een enkel groenbedekkergewas. 

Uit Amerikaans onderzoek is gebleken dat een mengsel van 2 of 3 zorgvuldig geselecteerde soorten met complementaire functies minstens even veel ‘groenbedekker’ functies vervult dan een heel soortenrijk mengsel.  Ze stellen voorop om eerst na te gaan wat de top drie van gewenste groenbedekkerfuncties is en hierop gebaseerd 2 a 3 soorten te selecteren die passend zijn voor de gewenste groeiperiode. 

Hoe kan je weten welke groenbedekker welke functie vervuld? De Oscar website geeft je hiervan alvast een idee (https://web5.wzw.tum.de/oscar/toolbox/database/). Via de ‘decision support tool’ krijg je te zien welke gewassen best scoren voor verschillende functies (zie figuur). 

Image

Figuur: De ‘OSCAR’ decision support tool voor groenbedekkers
 
Ook op de onderstaande figuren vind je een inschatting van de functies volgens groenbedekker. Ga ook na of er geen problemen zijn voor de gekozen soorten. Bijvoorbeeld het beheersen van druk van parasitaire aaltjes kan een extra aandachtspunt zijn. 
 
Image
 
Image
 
Over het algemeen geldt de regel: hoe later je zaait, hoe minder divers de soortenmengeling kan zijn. Bij de zaai voor september is er nog een ruime keuze uit groenbedekkers, in oktober is dit al veel beperkter. Hoe vroeger je kan zaaien, hoe beter de ontwikkeling van de groenbedekker doorgaans zal zijn.
 
Enkele tips voor het bepalen van de zaaidichtheid
Rogge en haver zijn vrij competitief. Daarom is hun zaaidichtheid in een mengsel best maximaal 30 kg per ha opdat andere soorten in het mengsel niet verdrongen zouden worden. Ook voor bladrammenas en gele mosterd geldt dit: bij 2 kg per ha geven ze nog genoeg ruimte aan andere soorten in een mengsel. Voor andere grasachtigen verminder je de hoeveelheid tot ¼ of ½ van de monocultuur zaaidichtheid. Voor vlinderbloemigen is het dan weer belangrijk om de zaaidichtheid hoog genoeg te houden: in een mengsel is het aan te raden de zaaidichtheid op 80% tot 100% van monocultuurzaai te houden. Voeg je extra soorten toe die dezelfde functie vervullen, dan verdeel je de zaaizaashoeveelheid voor die functie best evenredig over de soorten met dezelfde functie.
 
Vernietiging van groenbedekkers: geen uitgeklaarde zaak
Groenbedekkers die niet vorstgevoelig zijn, dragen doorgaans meer bij in biomassa en stikstofaccumulatie dan hun vorstgevoelige collega’s. De vernietiging zorgt dan wel voor een extra uitdaging. Het optimale tijdstip voor de vernietiging is moeilijk te bepalen. Wacht je langer, dan is er kans op meer nuttige insecten, maar kan de groenbedekker reeds veel water en minerale stikstof uit de bodem opgenomen hebben. Vlinderbloemigen kennen hun optimale stikstofvastlegging bij de bloei. Bij zaadvorming neemt dat dan wel weer af. De vernietiging van een mengsel kan ook gefaseerd: bloeiend graan kan afgemaaid worden, terwijl een klaver in ondergroei dan nog verder kan doorgroeien.
 
Aan de slag ermee
Hét ideale mengsel dat overal het beste werkt, bestaat wellicht niet. Groenbedekkers hebben zoals andere gewassen goede en slechte jaren. Dit zorgt voor grote verschillen in hun biomassa productie, maar ook aan de bijdrage van verschillende soorten kan veel schommelen over de jaren. Het afstellen van een mengsel dat op uw bedrijf past, vraagt meerdere jaren zaaien, observeren en aanpassen.
 
Binnen het project ‘Optimaliseren van bemestingsstrategieën vanuit de principes van de biologische landbouw’, kunnen we enkele telers begeleiden die de inzet groenbedekkers op hun bedrijf willen optimaliseren. Mogelijke vragen kunnen zijn: het uittesten van een nieuw groenbedekkermengsel, het uittesten van verschillende vernietigingswijzes of -tijdstippen, het inpassen van groenbedekkers op een ander tijdstip (bijvoorbeeld zaai in de lente vóór een late teelt), ….
Heeft u hierin interesse of vragen: neem dan zeker contact op met Pauline Deltour: pauline.deltour@inagro.be of 051/140306
 
Lees meer over het Amerikaans onderzoek over groenbedekkermengsels:
 
Image
 
herkauwers
akkerbouw
groenten
bodemvruchtbaarheid