/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pitfruit44.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/kleinfruit.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pluimvee82.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pluimvee42.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/herkauwers.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/groenten1.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/akkerbouw69.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pitfruit24.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/akkerbouw99.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/groenten92.jpg

Kan rucola aaltjes onderdrukken?

Justine Dewitte (PCG)

Foto: Soedangras, Tagetes en rucola waren op 8 september al sterk ontwikkeld. In dit stadium werden Soedangras en rucola ingefreesd.

Het uitgangspunt van biologische glastuinbouw is telen in de grond. Wortelknobbelaaltjes zijn echter heel moeilijk te beheersen. In een oriënterende proef werden vang- of antagonistische gewassen als teelt tussen twee vruchtgroenteteelten gezaaid. Hun capaciteit om de populatie aaltjes te reduceren werd gescreend. Rucola lijkt als tussengewas het meest belovend, al vraagt dit nog om bevestiging.

Een vrij krappe vruchtwisseling tussen tomaat, paprika, komkommer en aubergine is de belangrijkste oorzaak voor problemen met wortelknobbelaaltjes (Meloidogyne sp.) in een grondgebonden kasteelt. Vooral in gestookte teelten krijgt de bodem weinig tijd om op adem te komen. Maar in economisch opzicht is er ook nauwelijks een ruimere vruchtwisseling mogelijk. De dure infrastructuur vraagt immers om een intensieve teeltwijze. Mogelijke beheersmaatregelen zoals het gebruik van resistente onderstammen of biologische bodemontsmetting zijn ontoereikend. Maatregelen zoals grondstomen verstoren daarbij ook de bodemstructuur en zo verdwijnt ook de natuurlijke afweer uit de bodem.

Wortelknobbelaaltjes te lijf met vang- of antagonistische gewassen

Gebruik maken van een vang- of antagonistisch gewas --waarbij de aaltjes worden afgevoerd of de populatie daalt-- lijkt een mogelijke piste om Meloidogyne onder controle te houden. Toch zijn dergelijke gewassen niet makkelijk te vinden. In eerste instantie zijn we hier op zoek gegaan naar gewassen die kunnen worden ingezaaid tijdens de periode van leegstand omdat dit economisch het meest interessant is.

Drie verschillende  gewassen werden geselecteerd om hun mogelijke reductie van de populatie Meloidogyne sp. na te gaan: Tagetes (Nemamix), rucola (Toscana) en Soedangras (Piper). Het referentie-object bleef braak liggen. De demoproef werd aangelegd in twee herhalingen. De zaai vond plaats op 29 juli 2016. Het aantal aanwezige nematoden (of aaltjes) in de bodem werd op drie tijdstippen geanalyseerd. Na het inwerken van de verschillende groenbedekkers werden het jaar nadien in elk bed tomatenplanten met dezelfde onderstam (Fortamino van Vitalis) geteeld. Op het einde van het groeiseizoen, op 13 oktober 2017, werd op de tomatenplanten een wortelbeoordeling uitgevoerd.

Rucola onderdrukt aaltjes, Tagetes en Soedangras niet
In het object ingezaaid met rucola werd op het moment van inwerken weinig verschil in aantal nematoden geteld ten opzichte van de uitgangssituatie (Tabel 1). Pas bij de laatste staalname, zo’n twee maanden na inwerken, werd een vrij sterke reductie in het aantal Meloidogyne sp. waargenomen in de bodem. Bij de analyse van de wortelstalen van de rucola werden er geen nematoden geteld. Rucola werd eerder al gerapporteerd als een mogelijk zwak gastheergewas. Bovendien zouden de gewasresten bij inwerking actief kunnen zijn als biofumigant. Dit laatste zou de sterke afname kunnen verklaren van het aantal Meloidogyne sp. geruime tijd na het inwerken. 
In het object ingezaaid met Soedangras trad geen reductie in het aantal Meloidogyne sp. op. Nochtans wordt Soedangras gerapporteerd als een zwak gastheergewas en verschillende variëteiten zouden een nematicidenactiviteit bezitten. Bij de analyse van de wortelstalen van Soedangras werd er in beide herhalingen een beperkt aantal nematoden geteld.
Het object met Tagetes werd als laatste ingewerkt, op 17 november. In een van de herhalingen werd een onverwachte toename van het aantal Meloidogyne sp. waargenomen. In de andere herhaling was nauwelijks een verschil op te merken met het aantal nematoden vóór het inzaaien. Nochtans is Tagetes al lang gekend voor zijn nematodenonderdrukkende eigenschappen. Er bestaan echter studies met tegenstrijdige resultaten: het effect van Tagetes zou onder andere afhangen van het species aaltjes, de gebruikte Tagetes-soort, omgevingscondities zoals de bodemtemperatuur en de tijdsduur van de tussenteelt. Bij de analyse van de wortelstalen van Tagetes werden alleen nematoden teruggevonden in de herhaling met het hoge aantal nematoden in de bodem. 
In het braakgelegen object werd er een zekere reductie van het aantal Meloidogyne sp. geobserveerd. Deze reducties waren over het algemeen echter minder sterk dan bij de objecten die ingezaaid werden met rucola.
 
Tabel 1. – Evolutie van populatie nematoden (aantal aaltjes/100 ml grond, gemiddelde van 2 herhalingen). Soedangras en rucola werden op 8 september ingefreesd, Tagetes op 17 november.
Image
 
 
Geen verschillen bij knobbelbeoordeling tomatenwortels
Na het inwerken van de verschillende tussengewassen werden in elk bed tomatenplanten met dezelfde onderstam (Fortamino) geteeld. Op het einde van het groeiseizoen werd hierop een wortelbeoordeling uitgevoerd. Over het algemeen scoorden de braakgelegen bedden het best voor deze wortelbeoordeling. De groenbedekkers bleken hier niet voor een noemenswaardige reductie te kunnen zorgen bij de visuele beoordeling van de wortelknobbels.
 
Mogelijk beter effect na herhaalde toepassingen
Omdat deze proef demonstratief werd aangelegd, kunnen we niet met zekerheid aantonen dat er verschillen zijn. Voor Soedangras of Tagetes is in deze proefopstelling gebleken dat er geen reductie optreedt van het aantal Meloidogyne sp. in de bodem. Het lijkt erop dat het gebruik van rucola als groenbemester mogelijks zorgt voor een reductie in het aantal Meloidogyne sp. na inwerking. Om dit met zekerheid te kunnen zeggen, moet dit eerst in een bijkomende proef met voldoende herhalingen worden bevestigd.
Wanneer de symptoomontwikkeling op het wortelstelsel van het opvolgende gewas vergeleken wordt, blijken de braakgelegen bedden over het algemeen het beste te scoren. De gebruikte groenbemesters schijnen in deze proefopstelling geen noemenswaardige meerwaarde te bieden voor de reductie van het ziektebeeld bij tomaat. Een mogelijke verklaring voor het tegenvallende resultaat bij rucola kan zijn dat de geobserveerde reductie van het aantal aaltjes na inwerking slechts tijdelijk van aard is, of dat er pas een effect optreedt na meerdere toepassingen van dit tussengewas. Ook de uiteenlopende resultaten voor Tagetes waren onverwacht, de nematodenonderdrukkende eigenschappen van Tagetes zijn al lang gekend. Ook hier is het mogelijk dat er pas een effect optreedt na meerdere toepassingen, of dat Tagetes niet actief is tegen de specifieke Meloidogyne sp. die in deze proef aanwezig waren in de bodem. Om met zekerheid het effect van het gekozen tussengewas te bepalen, moeten deze resultaten eerst in een proef worden bevestigd.
 
Meer info?
Justine Dewitte (PCG)
Tel: +32 (0)9 381 86 82
 
 
beschutte teelt
bodemvruchtbaarheid