/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pitfruit44.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/kleinfruit.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pluimvee82.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pluimvee42.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/herkauwers.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/groenten1.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/akkerbouw69.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pitfruit24.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/akkerbouw99.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/groenten92.jpg

Europees onderzoeksproject zocht naar lokaal biologisch voeder voor varkens en pluimvee

Een belangrijke uitdaging in het verbeteren van de duurzaamheid van de biologische kippen- en varkensproductie is het gebruik van voldoende lokaal geproduceerde biologische voeders. De Europese wetgeving hierover wordt steeds strenger en op termijn zullen producenten uiteindelijk verplicht worden om over te schakelen naar 100% biologische voeder. 11 Europese partners bekeken daarom samen de mogelijkheden van alternatieve voederstrategieën voor varkens en pluimvee binnen het Core Organic-project ICOPP (Improved Contribution of Local Feed to Support 100% Organic Feed Supply to Pigs and Poultry). 

Een eerste luik van het project zette de beschikbaarheid van biologische voeders tegenover de voederbehoefte van varkens en pluimvee. In de landen die deelnamen aan het project bleek er een zelfvoorziening voor krachtvoer te zijn van 69%.  Een groot deel van dit krachtvoer wordt echter gevoederd aan herkauwers. Voor ruw eiwit bedroeg het percentage zelfvoorziening 56% en de tekorten aan essentiële aminozuren bleken nog groter. Het leek dus redelijk onrealistisch dat de projectlanden hun biologische eiwitbehoefte op korte termijn zullen kunnen invullen met lokale productie. 

De andere werkpaketten van het project onderzochten verschillende biologische grondstoffen op hun voederwaarde en verteerbaarheid voor kippen en varkens. Zo werden voor varkens proeven gedaan met o.a. esparcette, erwten, bonen  en mosselmeel. Voor pluimvee werden proeven opgezet  met o.a. algen, zonnebloempitten, insecten en  geplette mosselschelpen. Wat ruwvoeder betreft bleek vroeg geoogste luzerne een hoog gehalte aan methionine te bevatten. Dit kan van belang kan zijn bij de aanvoer van aminozuren bij pluimvee. 

Ook de toegang tot de vrije uitloop kan mogelijkheden bieden om delen van de nutritionele behoefte in te vullen. Er is echter weinig geweten over de aanwezige biomassa in de uitloop, in het bijzonder over de aanwezige bodemorganismen. Zo bleken regenwormen bijvoorbeeld potentieel te hebben om bij te dragen aan de nutritionele behoeften van pluimvee. Bij de meest van de onderzochte uitlopen zou één m²  hierdoor een wezenlijke bijdrage kunnen leveren aan de dagelijkse behoeften van leghennen aan methionine en lysine. Voor varkens kan luzerne in de uitloop bijdragen aan de energie- en eiwitbehoefte. 

Meer info en alle resultaten van het project kan je in detail hier terugvinden: http://www.organicresearchcentre.com/icopp/?page=results

Technische fiches:  

In 2011 verscheen al een Nederlandstalig rapport over de verteerbaarheid van biologisch geteelde veevoedergrondstoffen bij leghennen: http://orgprints.org/24631/1/172293.pdf

 

Dit project is gefinancierd via het ERA-net CORE Organic II door nationale fondsen van iedere project partner. CORE Organic II is een samenwerking tussen 21 landen om transnationaal onderzoek te initiëren op het gebied van biologische landbouw en voeding. Meer info op coreorganic.org

Bron: http://www.organicresearchcentre.com/icopp/?page=home

pluimvee
varkens
akkerbouw