/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pitfruit44.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/kleinfruit.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pluimvee82.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pluimvee42.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/herkauwers.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/groenten1.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/akkerbouw69.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pitfruit24.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/akkerbouw99.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/groenten92.jpg

Rassenproef bio wintertarwe 2014-2015: Samengestelde kruisingspopulaties bevestigen

Steeds meer onderzoeken tonen aan dat het verhogen van de genetische diversiteit in gewassen voordelen biedt ten opzichte van een pure teelt met één ras. In het Verenigd Koninkrijk en andere Europese landen experimenteert men met het gebruik van ‘composite cross populations’ (CCP’s) of samengestelde kruisingspopulaties. Deze populaties ontstaan uit een kruising van verschillende rassen waarbij de zaadoogst van de hele populatie wordt gebruikt om een volgende generatie te creëren. Op die manier ontstaan populaties met een extreem hoge genetische diversiteit. Door jaar na jaar deze vorm van massaselectie toe te passen zal de populatie zich maximaal aanpassen aan de omstandigheden waaronder ze wordt geteeld. 

De samengestelde kruisingspopulaties van wintertarwe die in het COBRA project worden gebruikt, vinden hun oorsprong in 2001 bij het Organic Research Centre in het Verenigd Koninkrijk. Twintig verschillende rassen werden onderling gekruist en de hieruit ontstane populaties werden verder vermeerderd onder biologische omstandigheden in het Verenigd Koninkrijk en sedert F5 ook in andere Europese landen. Vanaf F8 werden de CCP’s deels op één locatie verder vermeerderd en deels jaarlijks circulerend in 7 Europese landen (UK, DK, NL, F, DE, CH, HU).

Proefopzet
Het doel van de proeven is om o.a. na te gaan of het blootstellen van genetisch divers materiaal aan verschillende teeltomstandigheden of klimaatregio’s onder natuurlijke selectiedruk het algemeen aanpassingsvermogen aan klimaatsverandering van de populaties verhoogt. De ziektegevoeligheid, de opbrengst en de kwaliteit van de tarwepopulaties wordt in deze proef vergeleken met vier referentierassen voor de regio België – Noord-Frankrijk.
In deze rassenproef wintertarwe zijn verschillende samengestelde kruisingspopulaties (CCP’s) uitgezaaid eind 2014:
  • Object 1 – 3:zaaizaden populaties oogst 2013 (zelfde lot als proef 2013-2014)
  • Object 4 – 7: zaden uit eigen oogst 2014, geteeld in seizoen 2013-2014
  • Object 8 – 13:CCP’s geoogst in Duitsland in 2014:
    • Organic Quality (OQ): in 2001 ontwikkeld uit onderlinge kruisingen van 12 ouderrassen met een hoge bakkwaliteit
    • Organic Yield (OY): ontwikkeld uit onderlinge kruisingen van 10 ouderrassen met een hoog opbrengstpotentieel
    • Organic All (OA): ontwikkeld uit onderlinge kruisingen van 22 ouderrassen (12 kwaliteit- en 10 opbrengstrassen)
 
Parallelle proeven liggen aan bij andere partners in het project, onder andere in Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, met referentierassen voor hun regio.
 
Resultaten
De rassen en kruisingspopulaties kenden globaal een gelijkaardige opkomst en gewasontwikkeling. Ook de grondbedekking, uitstoeling en onkruidonderdrukking was per groep niet significant verschillend. Bij de laatste bepaling van gele roest op 29 mei waren de CCP’s gemiddeld iets meer aangetast. Wat wel in het oog sprong was de grote heterogeniteit van de individuele planten in de populaties qua hoogte, kleur, bebaarding, enz.
Het graan werd bij de populaties iets vochtiger gedorst (16,0-17,0%) dan bij de rassen (15,3-15,7%), wellicht door de heterogene afrijping van het gewas. Het stro was beduidend langer (108-117 cm t.o.v. 92-101 cm). De opbrengst van de populaties viel in hetzelfde bereik als de rassen (6,6-7,6 ton/ha). Algemeen onderscheiden de CCP’s zich van de rassen, net als in seizoen 2013-2014, als meer lichtgekleurd en gemiddeld langer van stro. De verschillen tussen de CCP’s onderling waren miniem.
 
Lees het volledige verslag met de besprekingen per object hier.
 
Over het project COBRA
 ‘COBRA’ staat voor ‘Coordinating Organic plant BReeding Activities for diversity’. 
Het Europese samenwerkingsverband heeft in de eerste plaats de intentie om de lopende onderzoeksactiviteiten rond biologische veredeling in granen en peulvruchten over heel Europa samen te brengen en te versterken door meer gecoördineerde acties. In totaal nemen hierin 41 partners deel uit 18 landen. Vanuit Vlaanderen participeren Inagro en Hogeschool Gent in het project.
Veredelen voor en door diversiteit is het inhoudelijke doel waar COBRA op focust. Het belang hiervan voor biologische productiesystemen is duidelijk: populaties met hoge genetische diversiteit hebben de potentie om gewassen weerbaarder te maken, robuuster en beter aangepast aan variërende klimatologische omstandigheden. In volgende artikels vind je meer achtergrond bij het concept van CCP’s en de proefwerking bij Inagro:
Het COBRA project maakt deel uit van het Core Organic II ERA-NET en wordt financieel ondersteund wordt door de Vlaamse Overheid (Departement Landbouw en Visserij, Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling). www.cobra-div.eu
 
 
Meer info?
Karel Dewaele, Inagro
Tel: 051/27 32 58
E-mail: karel.dewaele@inagro.be
 
akkerbouw
biodiversiteit