/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pitfruit44.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/kleinfruit.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pluimvee82.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pluimvee42.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/herkauwers.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/groenten1.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/akkerbouw69.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pitfruit24.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/akkerbouw99.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/groenten92.jpg

Samenwerkingsverbanden maken composteren toegankelijker

Een vier jaar durend onderzoeksproject van het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) toont dat landbouwers veel te winnen hebben bij compostering. Er zijn nog wel een aantal hinderpalen, zoals wettelijke beperkingen.

Ruim driekwart van de Vlaamse landbouwers weet dat zelfgemaakte compost de bodem vruchtbaarder kan maken. Alleen zijn er maar weinigen die effectief de stap zetten naar composteren op boerderijniveau. De obstakels zijn velerlei: men weet niet hoe je goede compost maakt, de investering in een compostkeerder schrikt af, houtige reststromen om toe te voegen aan de groene biomassa ontbreken, enz. Het doctoraatsonderzoek van Jarinda Viaene (ILVO/UGent) bracht al deze knelpunten aan het licht.

WETGEVING ALS REM

Promotoren Bert Reubens en Bart Vandecasteele van het ILVO-bodemonderzoeksteam lichten er ‘wetgeving’ uit, want ook daardoor laten heel wat kandidaat-composteerders zich ontmoedigen. “Verschillende regels vloeien samen wanneer het compost betreft, zodat een landbouwer bijvoorbeeld de mogelijkheid kan verliezen om de compost op een onverharde grond te maken. Het alternatief, een betonplaat, kost geld”, aldus Vandecasteele. Voor de wetgever spreekt het niet vanzelf dat een landbouwer reststromen van buiten de boerderij aanvoert. Het vervelende predicaat ‘afvalverwerker’ loert dan om de hoek. En van zodra mest een van de grondstoffen is van de compost riskeer je op de koop toe om beschouwd te worden als mesthandelaar wanneer de buurman compost afneemt…

Hoewel de regelgever niet bepaald ‘vriendelijk’ is voor compost zijn de voordelen toch van die aard dat beleidsmakers er oren naar zouden moeten hebben. De onderzoekers spreken van een kans om tegelijk de kringloop te sluiten, het klimaatprobleem te lijf te gaan en de kwaliteit van landbouwbodems te verbeteren. Voorbeelden van lokaal beschikbare reststromen voor compostering zijn oogstresten van groenten, stalmest en het maaisel van natuurbeheer. Een landbouwer die deze stromen zelf composteert, heeft na de winter een stabiel koolstofrijk product dat meteen als krachtige bodemverbeteraar inzetbaar is en waarvan de samenstelling en de nutritionele waarde gekend of bepaalbaar zijn.

MEETCIJFERS

Dankzij de studie van Jarinda Viaene beschikt de Vlaamse landbouwpraktijk voortaan over scores van de beginkwaliteit van de belangrijkste biomassastromen die in aanmerking komen voor lokale boerderijcompostering. 

De wetgever is tot nu toe erg voorzichtig met compostering omdat belangrijke meetcijfers ontbraken. “De milieu- impact was daarom niet in detail vast te stellen per stroom en hoeveelheid, laat staan te voorspellen. De huidige vergunningsvoorwaarden jagen de kandidaat-composteerders dan ook op kosten. Ze blazen het composteringsidee af”, vertellen Viaene, Reubens en Vandecasteele.

Door lokale samenwerkingsverbanden op te zetten, heeft de doctorandus daar een mouw aan gepast. “Eén lokale groep bestond uit een veehouder met stalmest, een boomkweker en een loonwerker. In een andere samenwerking ging een landbouwer zelf met een gehuurde machine de eigen reststromen composteren, maar wel met toegevoegd maaisel van een naburig natuurgebied. In een derde groep werden eveneens stalmest en natuurmaaisel gemengd, en ging een natuurvereniging zelf aan het composteren. Wat bleek? Samenwerking tussen verschillende partners resulteerde in een beter en economisch meer haalbaar composteerproces ten opzichte van composteren door een individuele landbouwer.”

Uit de resultaten, en vooral uit het enthousiasme waarmee de groepen doorgaan met de samenwerking na het onderzoek, vloeit een pleidooi voort voor een soepelere benadering van de regels. “De definitie van ‘lokale samenwerkingsverbanden’ zou kunnen opgenomen worden als een toelaatbare boerderijactiviteit wanneer reststromen als grondstoffen onderling worden uitgewisseld en dit tot win-win leidt zonder ongewenste milieu-impact. Er zijn signalen dat het beleid oren heeft naar dit pleidooi”, besluiten de ILVO-experten. 

Bron: BioForum, VILT

Lees het volledige persbericht van ILVO hier

Meer info?
Dr. Jarinda Viaene of Dr. Bart Vandecasteele, hoofd bodemonderzoeksteam ILVO  
TEL: 09 272 26 99 
E-mail: jarinda.viaene@ilvo.vlaanderen.be of bart.Vandecasteele@ilvo.vlaanderen.be

akkerbouw
groenten
bodemvruchtbaarheid