/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pitfruit44.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/kleinfruit.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pluimvee82.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pluimvee42.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/herkauwers.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/groenten1.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/akkerbouw69.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pitfruit24.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/akkerbouw99.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/groenten92.jpg

Rassen aardappelen bio teelt 2016: Plaagresistent aanbod breidt fors uit

Karel Dewaele, Lieven Delanote en Johan Rapol (Inagro)

De aardappelrassen overwonnen in de rassenproef bio aardappel 2016 onder meer wateroverlast, plaagdruk en droogte. In het aanbod zien we het aandeel plaagresistente rassen sterk toenemen met ook nieuwe opties in het vastkokende segment.

Proefopzet voor het eerst met breedspoortractor
De proef werd aangelegd op het proefbedrijf biologische landbouw van Inagro te Beitem op een zandleembodem. De voorteelt was broccoli en groenbemester Japanse haver. Alle bewerkingen gebeurden met een breedspoortractor van 3 meter op vaste rijpaden om verstoring van de proefveldjes te voorkomen. Er werd bemest met 30 ton/ha biologische runderstalmest. 13 rassen werden uitgeplant in 4 herhalingen en 8 rassen als collectie in 1 herhaling. Vanaf 2 maart werd alle pootgoed voorgekiemd. Op 3 mei werd onder goede omstandigheden geplant op 36 cm in de rij en met een tussenrijafstand van 70 cm. 
 
Een opmerkelijk groeiseizoen
De onkruidbestrijding gebeurde volledig mechanisch. De kleine ruggen werden voor en tijdens de opkomst driemaal gewiedegd met een Treffler wiedeg. Eind mei was de opkomst volledig. Er kon door de uitzonderlijk natte maand juni slechts één keer aangeaard worden op 9 juni. De tweede aanaardbeurt viel letterlijk in het water. Het resultaat was een onvoldoende opgebouwde aardappelrug. Vanaf eind juni ontwikkelde het loof zich voldoende zodat onkruidontwikkeling toch binnen de perken bleef. 
Om de raseigen plaagtolerantie goed in beeld te hebben, werd er expliciet voor geopteerd om geen plaagbestrijding uit te voeren. De aardappelplaag (Phytophthora infestans) stak vooral eind juni de kop op. De meest gevoelige rassen waren dan al verloren. De rest van het groeiseizoen was warm en grote regen bleef uit. Dit zorgde omwille van de bedorven bodemstructuur voor versteende en vaak gebarsten ruggen. Door het slecht ontwikkelde wortelstelsel zorgde dit alsnog voor droogtestress in de laatste groeifase. Er werd niet beregend. Op 25 augustus werd de proef gebrand en op 3 oktober gerooid aan een gemiddelde +35mm opbrengst van 33 ton/ha.
 
Meer opties bij keuze voor plaagresistente variëteiten
In de groep van plaagresistente of –tolerante rassen tellen we 13 stuks. Met uitzondering van Bionica behaalden ze opbrengsten tussen 30 en 50 ton/ha. 
Alouette is opnieuw een kwaliteitsvolle, vastkokende  tafelaardappel met rode schil. Carolus leent zich voor de frietindustrie en kan eventueel ook als bloemige tafelaardappel dienst doen. Connect is sterk in het veld en is met een tijdige loofdoding geschikt als bloemige tafelaardappel. Sevilla beproefden we reeds onder het VOS 2006-nummer en was dit jaar zowel in opbrengst als in culinaire kwaliteit eerder matig. Bionica kon slecht overweg met de moeilijke groeiomstandigheden.
Voor het eerst dienen zich ook enkele plaagresistente rassen aan in het vastkokende segment. Passion en Tentation zijn voor het eerst in proef en ogen veelbelovend. Het zijn vastkokende tafelaardappels met witgele schil en een goed opbrengstpotentieel. Cammeo is interessant voor wie de witgele vleeskleur kan appreciëren. Twinner kon voorlopig minder overtuigen. 
De resterende plaagresistente rassen verdienen verder onderzoek in de toekomst: D08-12-10, Mayaya, Twister (TW 08-1507), VOS 2009-049-002
 
Aardappelplaag eind juni bij de gevoelige rassen
Van de plaaggevoelige rassen behaalden Agria, Almonda en Miss Malina elk een opbrengst van zo’n 20 ton/ha. Agria houdt zich nog staande omwille van zijn kwalitatieve en polyvalente opbrengst. Almonda is geschikt als vastkokende tafelaardappel, Miss Malina als frietaardappel, maar voor beide rassen zijn er ondertussen resistente alternatieven. 
Rassen die wegens plaaggevoeligheid niet in aanmerking komen voor de biologische teelt zijn: Cronos, Lilly, Montana, Noblesse en G07TT110-05.
 
 
Meer info?
Karel Dewaele (Inagro)
Tel: +32 (0)51 27 32 58
 
akkerbouw