/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pitfruit44.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/kleinfruit.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pluimvee82.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pluimvee42.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/herkauwers.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/groenten1.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/akkerbouw69.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pitfruit24.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/akkerbouw99.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/groenten92.jpg

Met E-trac elektrisch rijden op vaste rijpaden?

Lieven Delanote (Inagro)

Vaste rijpaden hebben hun landbouwkundige meerwaarde voor de biologische akkerbouw en groenteteelt bewezen. Om op vaste rijpaden op breed spoor (2,5 à 3 m) te kunnen werken, worden vandaag meestal gewone tractoren omgebouwd. Hoe zou een ‘breedspoortractor’ eruitzien als we hem van nul konden bedenken en bouwen? De Vlaamse pioniers lieten hun gedachten een namiddag de vrije loop gaan in de ondernemersgroep ‘vaste rijpaden en bodemmanagement biologische landbouw’. Paul van Ham, bezieler van de Multitooltrac in Nederland, inspireerde deze winterbijeenkomst.

Multitoolttrac

Ongeveer tien jaar geleden staken enkele Nederlandse bioboeren en ingenieur Paul van Ham de koppen bij elkaar voor een gelijkaardige oefening. Ze waren overtuigd van de meerwaarde van vaste rijpaden op breed spoor, maar liepen vast op hun mechanisatie. De omgebouwde WKM-bietenrooiers die toen vaak werden gebruikt waren log en gammel. Er was nood aan meer comfort en werkgemak.

Uit hun brein ontsproot de ‘Multitooltrac’. Op hun website www.multitooltrac.com stellen ze het gehele concept voor. Deze tractor heeft een variabal spoor van 2,5 m (wegtransport) tot 3,2 m (rijpaden 3,2 m op het veld). De vier wielen zijn hoog, even groot en allen gestuurd om een korte draaicirkel mogelijk te maken. Machines kunnen behalve voor en achter, ook midden in het frame gekoppeld worden. De ruime en comfortabele Claascabine is verplaatsbaar over het frame van de tractor en waarborgt een goed zicht op de werktuigen.

Een elektrische aandrijving (tractie en aftakassen) bleek technisch de beste keuze om aan alle eisen te voldoen en paste ook bij het vooropgestelde imago. Een dieselmotor van 210 pK drijft een hoogtoerengenerator aan om de stroom op te wekken. Doordat deze diesel constant kan draaien, werkt hij zuiniger dan een directe dieselaandrijving. Uiteraard is de tractor uitgerust met RTK-GPS om de vaste rijpaden aan te houden.

Zo is de Multitooltrac een erg imposante verschijning in het landschap. Het gewicht valt al bij al nog mee: 8,5 ton. Ondertussen zijn twee machines gebouwd en afgeleverd en is een derde in productie.

Image

Foto: De elektrische Multitooltrac heft machines in front, in middenpositie en achterop. Ondertussen zijn twee machines gebouwd en afgeleverd en is een derde in productie. Het spoor is variabel van 2,5 tot 3,2 m. 

Een of twee maatjes kleiner?

De Nederlanders wilden een werktuigendrager ontwikkelen die ‘alles’ kon. Denk aan voorbereidende werkzaamheden, planten/zaaien, mechanische onkruidbestrijding en oogsten. Bij voorkeur moest de tractor ook werkzaamheden combineren, bijvoorbeeld zaaiklaar maken en planten. De Vlaamse pioniers in de ondernemergroep ‘vaste rijpaden en bodemmanagement biologische landbouw’ hielden er tijdens de bijeenkomst een andere mening op na. Het lastenboek zorgde ervoor dat de Multitooltrac uitgroeide tot een vrij logge en zware machine. Zo'n machine past niet in het kleinschalige Vlaamse landschap en is voor veel werkzaamheden (vb. schoffelen) onnodig zwaar. Dat gaat in tegen de beoogde aandacht voor de bodemvruchtbaarheid.

De Vlaamse telers namen vaste rijpaden van voorjaar tot oogst als uitgangspunt en nemen er vrede mee dat de eigenlijke oogstwerkzaamheden alsnog niet op vaste rijpaden kunnen gebeuren. Voor een 3 meter brede mechanisatie is een tractor van 110 à 150 pK dan al ruim voldoende. Door de middenpositie op te geven, wordt de tractor opnieuw compacter en wendbaarder. Vanuit die insteek kan een breedspoortractor gebouwd worden die heel wat lichter is dan de grote broer, en tegelijk de sterke punten behoudt. Denk bijvoorbeeld aan variabel spoor, goede zichtbaarheid, elektrisch en hoge bodemvrijheid. De plannen voor een dergelijke tractor liggen bij Paul van Ham al op de tekentafel. De eerste ‘e-trac’ zou in 2020 van de band moeten rollen en wordt uitsluitend op bestelling geproduceerd.

De Vlaamse ondernemersgroep ging tegelijk nog een stap verder. Een tractor van ruim 100 pK weegt onvermijdelijk 5 à 6 ton. Dat is te zwaar voor schoffelwerk. Enkele telers met een omgebouwde tractor ervaren dat de rijen naast het pad minder krachtig groeien dan de rijen in het midden van het pad. In intensieve groenteteelten als prei en knolselder wordt makkelijk 5 à 10 keer gereden. Paul van Ham berekende dat een schoffelmachine van 3 meter 15 kW aan vermogen vraagt. Er kan dus met een veel lichtere tractor (vermogen en gewicht) gewerkt worden. Paul tekende in het verleden al een lichte ‘e-weeder’, maar die werd ‘te licht’ bevonden door de Nederlandse akkerbouwers. De Vlaamse ondernemersgroep nodigde Paul daarom uit om deze plannen nieuw leven in te blazen en ziet uit naar een eerste ontwerp.

Meer info?
Lieven Delanote 
Tel: +32 51 27 32 50
E-mail: lieven.delanote@inagro.be

http://www.levendebodem.eu/

Image

 
akkerbouw
groenten
bodemvruchtbaarheid
energie