/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pitfruit44.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/kleinfruit.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pluimvee82.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pluimvee42.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/herkauwers.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/groenten1.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/akkerbouw69.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pitfruit24.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/akkerbouw99.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/groenten92.jpg

Biovelddag oktober brengt opnieuw veel bezoekers op de been

Joran Barbry, Lieven Delanote (Inagro)

Op het proefbedrijf biologische landbouw van Inagro vond op woensdag 2 oktober de najaarseditie van de biovelddag plaats. Naast een trouwe groep biologische telers, waren er ook heel wat nieuwe geïnteresseerde bezoekers aanwezig. Bio inspireert! Tijdens de rondgang langs de proefvelden gaven de onderzoekers inzichten en resultaten mee uit de aangelegde proeven. Na het officiële gedeelte konden de bezoekers genieten van warme soep tijdens een uitgebreid netwerkmoment.

Rassenproeven aardappelen, witte kool, soja, prei, knolselder en zaadvaste wortelen

De bespreking van de verschillende rassenproeven is een vaste waarde bij de najaarseditie van de biovelddag. Een gepaste rassenkeuze is belangrijk voor een goede teeltzekerheid. Ook het aanbod aan biologisch beschikbare rassen groeit. Telers zijn in het bijzonder nieuwsgierig naar de gebruikswaarde van deze rassen.

De witte kolen hadden tijdens het seizoen duidelijk last  van de droogte. Een natuurlijke variatie in de bodem van het perceel zorgde voor verschillen in gewasstand die niet enkel rasafhankelijk zijn. Algemeen is de gewasstand vrij matig. Naar ziekte- en plaagresistentie vonden we doorheen het seizoen weinig verschillen. Het vroege ras Amazon werd al in augustus geoogst. Als gevolg van de regen maken de late rassen nu nog een forse inhaalbeweging.  Bij de oogst verwachten we duidelijke verschillen inzake opbrengst en koolkenmerken.

Rassenkeuze is ook van groot belang voor ziekte- en plaagbeheersing bij de biologische teelt van prei. De meeste rassen zijn nog gangbaar (niet chemisch behandeld). Niettemin zien we dat het aanbod biologisch zaaizaad groeit. Bejo en Vitalis zijn hierin voortrekkers. Dit jaar hebben we een rassenproef voor industrieprei, voor late herfst en voor winterprei. Om de groei in het gewas te houden, werd twee maal beregend in het vroege najaar. De aantasting door roest valt algemeen goed mee en de meeste rassen ogen nog vrij gezond. Bij de vroegste rassen neemt sleet toch snel toe. In de industrie lijken de zomerrassen als Krypton over hun optimum. Bij de herfstprei voor verse markt bevestigen de standaardrassen Poulton en Cherokee. Het is wachten op de oogst voor definitieve resultaten. 

Soja is een innovatieve teelt in Vlaamse biologische context waar we al enkele jaren rassenproeven in aanleggen. Dit jaar namen we acht verschillende sojarassen op in de proef. Niet tegenstaande de lage en moeilijke opkomst (25-56%) groeide het gewas erg volumineus uit en is de oogst beloftevol.Het ras Primus krijgt op moment van schrijven op vele vlakken de beste score.

In de rassenproef knolselder nemen we dit jaar 9 rassen op waarvan 2 rassen zowel in trays als in persblokken werden uitgeplant. De trayplanten waren lichter bij planten en hadden meer last van het wiedeggen kort na planten. Dit resulteert in een meer heterogene gewasstand. De belangrijkste beperkende factor voor knolselderteelt is de bladvlekkenziekte (Septoria apiicola). De eerste haarden tekenen zich in het perceel af. Het is afwachten in hoeverre er zich significante rasverschillen aftekenen. Op dit moment staan de rassen Markiz en Rowena er het beste bij. 

In de wortelen legden we in overleg met de werkgroep eigen zaden en Biosano een rassenproef zaadvaste wortelen aan. In het najaar wordt nog een participatieve  beoordeling van deze rassenproef inclusief smaakproef georganiseerd. 

Na de rondgang langs de proefvelden werden de reeds geoogste aardappelen uit de rassenproef besproken in de loods. Over het algemeen beschouwd kunnen we van een goed aardappelseizoen spreken. Eind juni vonden we wat aardappelplaag terug in de naburige Agria aardappelen, en in de proef had enkel het ras Glorietta er last van. Dankzij irrigatie is de opbrengst en de kwaliteit goed. Alle rassen realiseren een hoog onder water gewicht. Louisa, Jacky en Tentation hebben een iets fijnere sortering.

Image

Proeven met groenbemestermengsels, strokenteelt prei en knolselder en mulch van veldbonen in witte kolen

Na de zomertarwe van 2018 werden groenbemestermengsels met verschillende samenstelling en complexiteit ingezaaid. Doelstelling was om hun bijdrage aan ecosysteemdiensten na te gaan: stikstofoverschot opnemen, stikstof leveren voor de volgteelt, onkruid onderdrukken, bodemleven stimuleren, bodemstructuur,… Dit jaar plantten we rode kool op het perceel. Bij het proefveldbezoek zagen we de beste gewasstand bij de veldjes waar voordien winterwikken in het groenbemestermengsel zat. Het 6- en 10-soortenmengsel scoorde intermediair en beter dan de veldjes die braak bleven of waar een mengsel zomergerst/phacelia stond. 

Bij de intercropping van veldbonen en witte kool willen we nagaan of het mogelijk is om met de veldbonen in het vroege voorjaar extra stikstof te binden. De kolen worden nadien tussen de veldbonen geplant. Bij een hoogte van 40 cm werden de veldbonen gemulcht. In het droge teeltseizoen 2019 namen de veldbonen, net als in 2018, te veel vocht ten koste van de kolen. In de tweede seizoenshelft lijken deze kolen hun achterstand niettemin opnieuw in te lopen en kunnen we een positieve nawerking van de veldbonen vermoeden.   

Dit jaar legden we ook voor het tweede jaar op rij een proef aan met strokenteelt prei en knolselder in alternerende rijen. Hierbij vergelijken we de beide gewassen in de strokenteelt ten opzichte van de klassieke monocultuur. Daarenboven testen we alternatieve meststoffen uit, gebaseerd op compostering van bedrijfseigen groenteafval ten opzichte van vaste rundermest als referentie. De knolselder staat er vrij goed bij, de prei heeft duidelijk last gehad van de hitte in de zomer. Voor een algemene conclusie moeten we de opbrengst van de proefoogst, die voorzien is eind oktober, afwachten.
 
Plaagbeheersing in kolen: optimaal middelengebruik én Zerofyto methoden
De kolenteelt wordt door heel wat plagen belaagd. In de zomerteelt van bloemkool zijn het vooral rupsen die schade veroorzaken en in spruitkool zijn de melige koolluis en de witte vlieg de boosdoeners.
Uit eerder onderzoek blijkt dat het afdekken van bloemkolen met een wildnet een goede bescherming biedt tegen schade door rupsen. In de grootschalige teelt van bloemkolen is afdekken soms geen optie en dan is een optimaal gebruik van toegelaten biopesticiden van belang om de schade onder controle te houden. In een proef vergelijken we verschillende (combinaties van) beheersingsmethodes om de bloemkolen te beschermen. Uit de proef blijkt dat een plantbakbehandeling met spinosad als bescherming tegen koolvliegschade in deze teeltperiode overbodig was. Om de efficiëntie van de verschillende strategieën tegen schade door rupsen te beoordelen moeten we de oogst afwachten. Naast deze proef met biopesticiden ligt er een tweede proef aan waarin weverschillende methodes zonder het gebruik van biopesticiden op hun gebruikswaarde onderzoeken. Uit de proef blijkt dat onderzaai- en intercroppingsystemen potentieel bieden als beschermingsmethode voor schade door rupsen, maar dat er nog optimalisatie van de technieken nodig is om het praktijkrijp en economisch rendabel te maken.
De voorbije jaren voerden we al enkele proeven uit om melige koolluis in spruitkool te beheersen met biopesticiden en met het uitzetten van commercieel beschikbare predatoren van de bladluizen. De resultaten van die proeven tonen tot heden weinig of geen werking van zowel de biopesticiden als het uitzetten van extra natuurlijke bestrijders. Mogelijke verklaringen voor deze tegenvallende resultaten zijn de slechte gewasbedekking en de korte werkingsduur van de middelen. Dit jaar zetten we in op de vergelijking van verschillende doptypes, spuitdrukken en het gebruik van “droplegs” om de spuittechniek te optimaliseren en de penetratie van het middel in het gewas te verbeteren.
 
Image
 
Thesisonderzoek naar onkruidbeheersing in spinazie
Vanuit de verwerkende industrie is er vraag naar biologische spinazie. Onkruidbeheersing is het heikel punt in deze teelt. In het kader van een thesisonderzoek van een masterstudent van Universiteit Gent liggen er op de proefhoeve verscheidene proeven aan om de optimale onkruidbeheersingstechniek voor biologische spinazie te bepalen. 
In een eerste proef vergelijken we verschillende rassen met verschillende groeisnelheid en groeitype naar hun onkruidonderdrukkend vermogen. Snelgroeiende rassen hebben een streepje voor. Een tweede proef dient om verschillende zaaiverbanden en de mogelijkheden die deze verbanden bieden naar mechanische onkruidbeheersing met elkaar te vergelijken. Op het moment van schrijven is het nog te vroeg om uit deze proef conclusies te trekken. In de derde proef gebruiken we zowel onkruidbeheersingstechnieken in vals zaaibed, vooropkomst en na opkomst in verschillende combinaties om de optimale strategie te bepalen. Daaruit blijkt dat branden in het vals zaaibed of in vooropkomst een meerwaarde biedt. Na opkomst heeft ook wiedeggen een positief effect op de onkruidonderdrukking.
 
Voor meer informatie vindt u hier de volledige proefveldgids.
 
Meer info?
Joran Barbry
Tel: +32 (0)51 27 32 27 
 
akkerbouw
groenten
bodemvruchtbaarheid
biodiversiteit