/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pitfruit44.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/kleinfruit.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pluimvee82.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pluimvee42.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/herkauwers.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/groenten1.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/akkerbouw69.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pitfruit24.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/akkerbouw99.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/groenten92.jpg

Studiedag Uitgangsmaterialen groot succes

Op 11 maart kwamen 35 mensen vanuit diverse schakels in de biologische keten samen om te discussiëren over zaaizaad. Het werd een boeiende namiddag.

Elk jaar nemen we nieuw zaaizaad in de hand. Vaak staan we er niet bij stil welke genetische rijkdom hierin vervat zit en op welke manier dit tot stand gekomen is. Ruim 35 aanwezigen vanuit diverse schakels in de biologische keten discussieerden over dit thema vanuit hun eigen leefwereld tijdens de studienamiddag ‘Uitgangsmateriaal in de biologische akkerbouw en groenteteelt vandaag en in de toekomst’ die op 11 maart door BioForum en Inagro georganiseerd werd.

 

VEREDELINGSTECHNIEKEN

De studienamiddag startte met een snelcursus veredelingstechnieken. Plantenfysioloog Prof dr. Michel Haring (Universiteit Amsterdam) bracht dit complexe thema op een bevattelijke wijze dichter bij de realiteit. Diverse (nieuwe) technieken in de gangbare veredeling situeren zich in een ‘grijze zone’ tussen natuurlijk en genetisch gemanipuleerd. Dit geldt vandaag onder andere voor hybriden met cytoplasmatische mannelijke steriliteit (CMS). Cisgenese valt tot nader order onder de GGO-regeling.


BIBLIOTHEEK VAN OUDERLIJNEN

De veredelingsbedrijven werken achter gesloten deuren voortdurend aan een ‘bibliotheek’ van nieuwe ouderlijnen. Hierdoor kunnen ze snel inspelen op nieuwe noden. De kennis hiervoor blijft vaak binnenshuis. Na inkruisen wordt het steeds moeilijker om op te sporen via welke weg de ouders ontstaan zijn. Zo ontstaat onduidelijkheid over de oorsprong van commerciële rassen en daarmee over hun geschiktheid voor de biologische landbouw. De evoluties in de veredeling worden ook merkbaar in een verkleind aanbod van rassen die sneller worden vervangen en met eigenschappen die makkelijk te patenteren zijn.

"Na inkruisen wordt het steeds moeilijker om op te sporen via welke weg de ouders ontstaan zijn."

Vanuit veredelaarshoek gaven Maarten Vrensen (Vitalis) en Mieke Lateir (verdeler Bingenheimer Saatgut) hun visie mee. Beide veredelingsbedrijven maken biologisch zaadgoed. Vitalis is onderdeel van de Enza-groep en probeert op die manier de biologische veredeling toch overeind te houden. Geen makkelijke zaak in een sector met slechts een beperkt aantal spelers die technologische oplossingen zoeken om sneller genspecifiek te veredelen. Vitalis kiest bewust gentech-vrij en gebruikt ook enkel CMS die van nature aanwezig is. DNA-merkers worden wel gebruikt en helpen de klassieke verdeling te versnellen.

Bingenheimer Saatgut, ontstaan vanuit biodynamische veredelaars, benadert het veredelingsverhaal vanuit een heel andere visie op zaad en veredeling. Men kiest resoluut voor zaadvaste rassen. Via participatieve veredelingsgroepen en ‘open source’ zaadgoed werken zij mee aan meer biodiversiteit in zaad en omgeving.

 

ONDERLINGE DISCUSSIE

Vervolgens gingen bioboeren, consumenten, beleid en omkadering, onderzoekers en veredelaars, alsook de telersverenigingen en groothandel hierover met elkaar in gesprek en bekeken ze ook hun eigen rol hierin. "Het is heel complexe materie" was een veel gehoorde conclusie. "Eigenlijk zouden we liever zien dat veredeling blijft bij wat we op natuurlijke wijze kunnen doen, geen hocus pocus met genen dus". Maar de vraag blijft hoe je dit aan de klant kan uitleggen en via het verkoopskanaal kan verdedigen. "Want de burger weet niet dat die diverse technieken bestaan en ook de wetgeving schiet te kort als het bv. over CMS-hybriden gaat", aldus een consument. "De groothandel en de telersverenigingen willen hierin meedenken maar de realiteit blijft dat je de supermarkten niet wekenlang zonder product kan zetten. Hoe krijgen we de retail zover om hier meer aandacht aan te geven" was de vraag.

"Eigenlijk zouden we liever zien dat veredeling blijft bij wat we op natuurlijke wijze kunnen doen, geen hocus pocus met genen dus."

 

BOERENBAKKERS

Ook in de graanteelt lijken de nieuwe evoluties rond samengestelde populatierassen veelbelovend. Prof. Marjolein Visser (ULB) gaf ons de laatste evoluties mee op dat vlak en nam ons ook mee naar het verhaal van de ‘boerenbakkers’, een gekend en erkend begrip bij onze Franse en Waalse buren. Diverse veredelingsmethoden lijken mogelijk, maar voor een kleine sector die eigendom wil houden over zijn zaad lijkt participatieve veredeling, zoals die ook in het Netwerk Zelf Zaden telen en binnen het Bingenheimer Saatgut consortium reeds plaatsvindt, toekomst te bieden. In gangbare landbouw wordt gestreefd naar wereldwijde rassen die met gepaste inputs tot hoge en stabiele opbrengsten komen (= controlmodel). Biologische landbouw en in low input farming hebben voordeel bij het ‘adaption model’ waar de interactie met de omgeving centraal staat. Populaties lenen zich hiertoe.

Tim Moerman, oud-Landwijzerstudent en nu werkzaam op Boomgaard Ter Linde in Nederland wou al vanaf zijn 12 jaar bakker worden. Hij liep vast op het industriële bakkerijgegeven waar eiwitpercentages en standaardisatie de basis vormen: "Graanteelt hoort gewoon in een biologische vruchtwisseling. Tijdens mijn Landwijzer-opleiding ging ik op zoek hoe die graanteelt terug economisch rendabel kon worden."

"Landrassen op maat van de boer lukken alleen als een hele keten hiermee aan de slag gaat."

Hij kwam in contact met de Franse ‘boerenbakkers’ en met Marc Dewalque die hem inspireerde om zelf ook een Vlaams ‘landras’ te ontwikkelen. Hij gelooft volop in landrassen op maat van boer, molenaar, bakker en consument, maar is er ook stellig van overtuigd dat dit enkel kan lukken als een hele keten hiermee aan de slag gaat. Dit bleek ook de conclusie van het sectoroverleg Graan dat BioForum in maart organiseerde. Alvast één pilootproject gaat hier voor de lange keten met de gangbare tarwerassen in Vlaanderen mee aan de slag.

"Er is een trekker nodig die met heel veel enthousiasme en liefde voor het graan, malen en bakken hier een aaneensluitend verhaal van kan maken. Een mooi voorbeeld is in Duitsland te vinden met de consequente biobakker", aldus Tim. Voor Vlaanderen lijkt nog heel wat werk voor de boeg, maar de eerste stappen worden langzaam gezet. Als we nu nog de eigen Vlaamse landrassen hierin kunnen verwerken, dan is het verhaal compleet.

De deelnemers blikten onder het genot van een lekker biowijntje- en maaltijd terug op een heel interessante namiddag.

Alle presentaties van de studienamiddag vind je hier. De foto's kan je hier bekijken. 

 

MEER INFORMATIE?

 

Contactpersonen over dit bericht: 
An Jamart (BioForum), an.jamart@bioforumvl.be, TEL 0487/905105 
Karel Dewaele (Inagro), karel.dewaele@inagro.be, TEL 051/27 32 58

Image  Image  Image

Deze studiedag was mogelijk dankzij het project COBRA dat deel uitmaakt van het Core Organic II ERA-NET en financieel ondersteund wordt door de Vlaamse Overheid (Departement Landbouw en Visserij, Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling).

www.cobra-div.eu

 

 

akkerbouw
biodiversiteit