/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pitfruit44.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/kleinfruit.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pluimvee82.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pluimvee42.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/herkauwers.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/groenten1.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/akkerbouw69.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/pitfruit24.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/akkerbouw99.jpg
/sites/all/themes/ccbt/images/backgrounds/groenten92.jpg

Aardbeien onder tunnel: controleer op bladluizen en handel nu

Yves Hendrickx (Proefcentrum Pamel)

De aardbeien onder tunnel beginnen onder deze eerste lentedagen uit winterrust te komen. Bladluizen zijn echter al een aantal weken actief. Om bladluizen op een verantwoorde manier onder controle te krijgen is het belangrijk om nu een inschatting te maken van de ernst van de aantasting en de kans op een natuurlijk evenwicht.

In het kader van een demonstratieproject “Aanleren van monitoringstechnieken: de sleutel tot succes van biologische gewasbescherming in aardbei” van het Departement Landbouw en Visserij ging Proefcentrum Pamel bij biologische aardbeitelers de monitoring van verschillende plagen begeleiden.

Bladluizen en hun natuurlijke vijanden worden gemonitord volgens een protocol. De bladluizen worden wekelijks gemonitord vanaf de eerste duidelijke strekking van het nieuwe blad na hernemen van de groei. Op 15-25 plaatsen in een aardbeiperceel worden 10 bladschijven langs boven en onder bekeken. Op dezelfde manier als de bladluizen worden de mummies geteld. Mummies zijn veelal opgezwollen bladluizen en verkleuren grijs, brons, bruin of zwart afhankelijk van de parasiterende sluipwespensoort. Voor zowel de bladluizen als de mummies wordt een sleutel gebruikt om de aanwezigheid te scoren.

Image

Zolang er geen kolonies en wel af en toe mummies worden aangetroffen is er geen reden om in te grijpen met GNO’s (gewasbeschermingsmiddelen van natuurlijke oorsprong). Wanneer er op alle gecontroleerde bladeren meerdere bladluizen aanwezig zijn en hier en daar kolonies op de bladeren voorkomen zonder dat er frequent parasitering of larven van Lieveheersbeestjes aangetroffen worden, dan is de kans zeer klein dat de bladluisaantasting op natuurlijke wijze opgelost geraakt. 

Image

Foto 1: Bladluis op aardbeiblad

Zeker als er geen natuurlijke vijanden gevonden worden tijdens de monitoring, dan wordt er nu best zo snel als mogelijk een behandeling met Spruzit of Raptol uitgevoerd. Voor dosering en andere info consulteert u zelf www.fytoweb.be.  Een paar dagen na deze behandeling introduceert u best zo snel als mogelijk sluipwespen, want niet alle bladluizen zijn opgeruimd met deze behandeling. U kan hiervoor best gebruik maken van de commercieel beschikbare sluipwespmixen omdat hiermee meerdere soorten bladluizen aangepakt worden.

Image

Foto 2: Voorbeeld van een sluipwespmix Fresaprotect

Door deze aanpak zijn bladluizen efficiënt te beheersen zonder dat er schade aangebracht wordt aan nuttige insecten. Verderop in het seizoen corrigeer je een bladluisaantasting liever niet meer met Spruzit of Raptol. Beide producten richten dan meer schade aan blad en vrucht en hebben door hun brede werking op dat ogenblik ook een negatieve invloed op alle aanwezige nuttige insecten. Heeft een opruimbehandeling in het begin van het seizoen niet het gewenste resultaat? Dan kan je best larven van gaasvliegen inzetten ter ondersteuning van de aanwezig natuurlijke vijanden.

Ook voor de beheersing van plagen zoals kasspintmijt, trips en Drosophila suzukii is monitoring een onontbeerlijke activiteit. Enkel met inzicht in de evolutie van schadelijke en nuttige insecten kunnen de juiste beslissingen genomen worden. 

Een meer uitgebreid verslag vind je terug in het jaarverslag van Proefcentrum Pamel.

Meer info?
Yves Hendrickx
TEL 054-32 08 46 
Yves.Hendrickx@vlaamsbrabant.be
 

Image  Image
kleinfruit